Thursday, February 23, 2012

EXERCISE INDUCED COLLAPSE BIJ DE LABRADOR RETRIEVER

Drs. Paul van der Heijden, dierenarts, verbonden aan WHG Dierenziekenhuis Rotterdam, Pascalweg 4, 3076 JP Rotterdam.

INLEIDING

Jonge Labradors willen spelen, rennen, opdrachten uitvoeren. Als ze uitgegroeid zijn moeten ze dit ook kunnen en zware trainingen kunnen verrichten. Maar wat is er aan de hand als de jonge hond al na 5-10 minuten niet verder wil en ook niet kan? De kans is dan groot dat de Labrador lijdt aan het syndroom Exercise Induced Collapse (EIC). Wat dit is en hoe het behandeld wordt vindt U terug in dit artikel naar aanleiding van een patiënt op het spreekuur.

VOORKOMEN

Het syndroom van exercise (inspanning) intolerantie en collapse (E.I.C.) wordt in toenemende frequentie gezien bij jonge volwassen Labrador Retrievers. Het komt voor bij alle kleuren (bruin, geel, zwart) en ook bij beide geslachten.

Symptomen worden duidelijk meestal op de leeftijd van 7 maanden - 2 jaar (gemiddeld 14 maanden), vooral na flinke inspanning en of trainingen. Het komt vaker voor bij nestgenoten waardoor een erfelijke grondslag duidelijk is. Labradors met EIC zijn vaak juist extreem fitte, gespierde, atletische honden met veel temperament en drive.

SYMPTOMEN

Na een bepaalde korte periode van activiteit en inspanning (5-20 minuten) wordt als eerste een geforceerde of “dansende” gang van de achterhand gezien. De achterpoten worden vervolgens dan zwakker en kunnen geen gewicht meer dragen. Vaak willen ze blijven lopen met het achterlijf vooruit slepend. Soms verergert het zich door ook zwakte in de voorhand waarbij dan totaal geen beweging meer mogelijk is. Sommige honden zijn een beetje de weg kwijt en vallen om, de meeste blijven alert en bij bewustzijn maar kunnen niets meer. Meestal zie je na 3-5 minuten na het optreden van de verschijnselen nog een verergering van de symptomen. Incidenteel kunnen honden hieraan ook overlijden, vooral als er niet bij de eerste symptomen al rust in acht wordt genomen. De meeste honden herstellen snel en zijn weer normaal binnen 5-25 minuten, zonder restsymptomen.

De lichaamstemperatuur stijgt meestal dramatisch naar boven de 41.5C, echter dit wordt ook wel gezien bij gezonde honden met veel inspanning. De verhoogde temperatuur is zelden de doodsoorzaak.

Ook nemen we waar dat de honden tijdens een aanval heel erg hijgen om zo warmte kwijt te raken, maar ook dit is niet specifiek voor EIC.

MEESPELENDE FACTOREN

  • Omgevingstemperatuur
    Hoewel omgevingstemperatuur wel een rol speelt is dit niet het belangrijkste. Met vochtig, warm weer kan het syndroom eerder tot uiting komen maar er zijn (dodelijke) gevallen beschreven van een hond die door het ijswater geschoten watervogels ophaalde.
  • Temperament
    Het karakter van de hond is wel erg belangrijk bij het openbaren van deze ziekte. De meeste honden hebben intense, prikkelbare karakters en zijn vaak erg druk en opgewonden. Vooral bij combinatie van opwinding en inspanning gaat het dan fout.
  • Soort van inspanning
    Routinematige beweging zoals joggen, naast de fiets meelopen of zwemmen kan meestal geen kwaad. Meestal gaat het mis bij zeer intense oefeningen vaak in combinatie met veel opwinding of angst. Zoals een berg op laten sprinten, herhaalde terugbrengoefeningen of moeilijke oefeningen waarbij correcties in het spel zijn.

DIAGNOSE

Voor en na inspanning vertonen de honden GEEN afwijkingen aan:

  • zenuwstelsel
  • hart en vaatstelsel
  • spier en skelet afwijkingen (o.a. myasthenia gravis)
  • longen
  • bloedonderzoeken (suiker, elektrolyten)

Voorlopige resultaten van onderzoek wijzen op een stoornis in de chemische reacties in de hersenen en spieren. Verder onderzoek wordt hiernaar gedaan. Vooralsnog wordt de diagnose gesteld door het elimineren van andere mogelijke aandoeningen en het vertonen van dit typische klinische beeld.

In Amerika is men bezig met het ontwikkelen van een DNA test om zo dragers van deze ziekte op te sporen.

PROGNOSE

Honden die de genoemde symptomen vertonen kunnen niet verder gaan met intensieve sportactiviteiten maar kunnen als huishond met gemiddelde beweging goed overleven en oud worden. Belangrijk is om bij de eerste symptomen met activiteiten te stoppen en te laten herstellen.

BEHANDELING

Omdat de exacte oorzaak op biochemisch niveau nog niet bekend is zijn er nog geen specifieke behandelingen. In de literatuur worden wel enkele middelen beschreven waarbij de hond soms toch kan terugkeren in een trainingsprogramma maar de middelen zijn zeker niet voor elke hond 100% effectief:

  • Sommige hondeneigenaren zien bij een vetter voer en zwaarder lichaamsgewicht minder problemen.
  • Ook een aanvulling met carnitine (30% van de honden zou een laag carnitine gehalte hebben) in combinatie met Coenzyme Q10 en riboflavine kan duidelijke verbetering geven.
  • Anekdotisch wordt beschreven dat toevoeging van een hormoon (7-KETO), een bijnierhormoon en ook voorkomend in de hersenen, een positief effect gaf op de energie productie in de spieren en hersenen waardoor minder snel klachten optraden.
  • Phenobarbitalum gaf in ernstige gevallen verbetering door de prikkelbaarheid van de hersencellen te verminderen. Verder onderzoek hiernaar loopt nog.

PREVENTIE

Omdat erfelijkheid is aangetoond bij deze ziekte wordt er in Amerika bloed en DNA onderzoek gedaan om de mate van vererving in beeld te brengen. Een DNA test zou in de toekomst beter deze ziekte kunnen aantonen en zo kunnen fokkers hun fokmateriaal preventief op dragerschap van de ziekte testen. Ook kunnen pups van tevoren beter geselecteerd worden op werkeigenschappen in de toekomst.

Copyright 2010 by WHG Dierenartsen