Wat is heupdysplasie??
Misvorming van de heup tgv een abnormale ontwikkeling van het heupgewricht.
Een normale heup heeft een bolronde kop met een diepe kom en vormt een kogelgewricht.
De overlap (overkapping van de kop door het kommetje) moet 50% of meer zijn.
De belangrijkste stabilisatoren (weke delen) van het heupgewricht zijn het centraal ligament ( zit in het kommetje en verbindt de kop met de kom), het gewrichtskapsel en de omliggende spieren.
Een perfecte aansluiting van de kop in de kom is absoluut noodzakelijk voor een normale ontwikkeling van het heupgewricht!!!!!
Hieronder ziet u een jonge hond (8 maanden) waarbij de heupkop beiderzijds onvoldoende diep aansluit in het heupkommetje.
Dit is een voorbeeld van heupdysplasie.
Ontwikkeling van heupdysplasie
Bij de geboorte bestaat het skelet hoofdzakelijk uit kraakbeen. Via het proces van kraakbeenrijping (enchondrale ossificatie) wordt het kraakbeen geheel omgevormd naar bot met uitzondering van de botuiteinden waar een dun laagje kraakbeen overblijft welke uiteindelijk het gewrichtsoppervlak gaat bekleden. Het belangrijkste in de ontwikkeling en vorming van de heup is een perfecte aansluiting. De perfecte aansluiting (zonder speling dus) zorgt voor een gelijkmatige verdeling van de druk en krachten in het heupgewricht. Door deze ideale drukverdeling van de kop in de kom wordt de kom steeds dieper. Dit fenomeen is het belangrijkste gedurende de eerste 6-8 levensmaanden (periode van de meeste lengtegroei). Veranderingen in de drukverdeling in deze periode leiden tot misvormingen van kop en kom. De heup is dus normaal bij de geboorte.
Hieronder ziet u een normaal heupgewricht waarbij de kop volledig aansluit in het kommetje, de kop zit voor minimaal 50 % diep in het kommetje.

Welke afwijkingen kunnen er voor zorgen dat er geen perfecte aansluiting ontstaat?
1)Te snelle groei in de kritieke periode. Als de botgroei te snel verloopt (!overvoeding!) dan kunnen de ondersteunende weke delen (stabilisatoren) niet mee volgen. Dan krijgt men een toestand waarbij de krachten niet meer voldoende kunnen worden opgevangen door de stabilisatoren zodat speling en instabiliteit ontstaan in het gewricht. Door een relatieve verkorting van bepaalde spieren (Iliopsoas en pectineus) ontstaat meer en meer tractie op het gewricht. Hierbij krijgt men in plaats van het drukken van de kop in de kom, het trekken van kop uit de kom.
2)Een aangeboren of verworven laxiteit van het centraal ligament.
Deze band is een van de belangrijkste structuren die de kop in de kom houdt. Als deze te slap is krijgt men speling en instabiliteit van het gewricht.
3)Anatomische afwijkingen van het kommetje. Heel zeldzaam heeft men toch een patiënt waarbij het kommetje aangeboren ondiep is of een aangeboren verkeerde richting heeft. Hierbij is er al speling van bij de geboorte.
Laxiteit is dus het toverwoord!!!!
Omdat er laxiteit (speling) ontstaat krijgt men een kettingreactie van gebeurtenissen in het heupgewricht. Door de abnormale druk en krachtverdelingen ontstaan microfracturen op de rand van het kommetje met kraakbeenbeschadigingen op de kop en in het kommetje als gevolg. Men krijgt een steeds verder oprekken van het ligament en het gewrichtskapsel dat hierdoor steeds verder gaat verdikken. De stimulus om een diepe kom te vormen vermindert hoe langer hoe meer zodat de kom en kop verder gaat afvlakken.
Het eindresultaat is dus een onstabiel gewricht en het begin van arthrotische veranderingen (pijn, ontsteking, botwoekeringen).
Hier onder ziet u een heupgewricht waar al veel artrose aanwezig is. De kop is niet meer mooi rond en wordt steeds platter, de hals van het dijbeen is opgevuld met extra botafzetting. Het kommetje is ondiep geworden en vertoont tekens van extra botafzetting. Men ziet duidelijk dat de dijbeenkop maar minimaal verdiept is in het kommetje.
Heel soms ziet men instabiliteit bij oudere (volwassen) honden zonder dat er radiografisch enige tekens zijn van artrose. Over het feit dat er meer laxiteit zou zijn bij teven die in oestrus (loops) zijn is men het nog niet eens.
Mogelijke symptomen
Hoe meer artrose men krijgt, hoe meer symptomen men ziet.
* Moeite met opstaan, achteraan moeizaam rechtkomen.
* Stijve achterhand en gangwerk vnl na rust = startkreupelheid
* Sneller gaan zitten of liggen. De eigenaar spreekt vaak over vermindering van het uithoudingsvermogen.
* Mank lopen in de achterhand
* Minder spelen
* Hakken naar binnen gedraaid of springen als een konijn.
* Trappen lopen of ergens in of opspringen gaat moeilijker.
Preventie
Wat kan de fokker doen?(erfelijkheid)
Het consequent weren van fokdieren die deze afwijking hebben. Hij kan enkel afgaan op de beoordeling van de röntgenfoto’s van zijn fokdieren.
!!!Heupdysplasie is wel degelijk een erfelijke aandoening maar zoals bij vele dingen in het leven is er ook een sterke invloed van het milieu (!!!voeding en beweging!!!) op het ontstaan van deze afwijking.
Door deze uitwendige invloeden kan de mate van misvorming met een gelijke erfelijke aanleg sterk variëren. Het is ook zo dat u misschien drager bent van een erfelijke aandoening (genotype) maar dat u geen uiterlijke verschijnselen (fenotype) hebt van deze ziekte. U kunt echter de ziekte wel doorgeven aan uw kinderen waarvan er dan mogelijks wel uitwendige verschijnselen krijgen en de andere kinderen dan weer niet. Ze kunnen echter allemaal de afwijking doorgeven aan hun nakomelingen. Dit geldt ook voor HD. Het is niet omdat de ouders radiografisch vrij zijn van HD dat ze erfelijk ook vrij zijn. Het probleem bij heupdysplasie zit hem dus in het feit dat we enkel af kunnen gaan op de beoordeling van de röntgenfoto’s en bijhorende metingen. We kunnen dus enkel de uiterlijke kenmerken aan tonen. Jammer genoeg is er nog geen diepgaand onderzoek gedaan naar de genen die coderen en staan voor de ontwikkeling van HD.
Hoe kan je een erfelijke aandoening vaststellen? DNA onderzoek is het enige sluitende bewijs voor een erfelijke aandoening.
Wat kan ik doen?(milieu)
Voeding speelt een heel belangrijke rol bij huisdieren zeker tijdens de groeifase. Tal van afwijkingen kan mijn krijgen ten gevolge van een foute voeding.
Naast heupdysplasie kan men osteochondrosis krijgen waarbij er een stoornis ontstaat in de kraakbeenrijping. Bepaalde stukjes kraakbeen blijven achter in de verbening.
Osteochondrosis kan zich op meerdere plaatsen uiten.
Hoofdzakelijk overmaat is ongewenst tijdens de groeifase. Dit kan aanleiding geven tot overbelasting, te veel groeiplaatstres en laxiteit in de heupen.
Het advies is om zo veel mogelijk rechtlijnige bewegingen te maken, trappen te vermijden en geen uren per dag te gaan lopen of fietsen. Het karakter van de hond speelt natuurlijk ook een rol. Honden die heel onstuimig zijn, veel spelen, springen, van links naar rechts bewegen en veel draaien hebben meer kans op het ontwikkelen van HD aangezien ze hun gewrichten veel meer bewegen in ongewone richtingen.
Op deze leeftijd zijn de groeiplaten nog erg gevoelig voor beschadigingen ten gevolge van overbelasting of trauma. Bij dergelijke beschadigingen kan een locale groeistilstand voorkomen wat gaat leiden tot standafwijkingen en daar uit volgende problemen in de aanpalende gewrichten.
Het is logisch dat een zwaarder gewicht gepaard gaat met zwaardere belasting van de gewrichten en de omgevende weke delen.
Vaak ziet of hoort men dat dieren op jonge leeftijd worden ingespoten met anabolica om sterkere en dikkere spieren te krijgen om de heupen beter in de kom te kunnen houden. Dit is niet zonder gevaar. Toediening van anabolica aan groeiende dieren kan zorgen voor een remming van de skeletgroei door een vervroegde groeischijfsluiting. Het zelfde geldt voor het vroegtijdige gebruik van glucocorticoiden.
Copyright 2010 by WHG Dierenartsen